KLIK
It’s…
Monty Python’s Flying Circus was (opnieuw met dank aan de VHS-cassette) vaste kost bij me thuis, al zolang ik me kan herinneren, en net zolang vind ik de animaties al fantastisch.
Dat er eigenlijk één man achter zat, (De Heer Terry Gilliam) ontdekte ik pas later, nadat ik zijn eerste langspeelfilm Brazil gezien had. Dat was zo’n fantastisch absurde film dat ik blij ben dat ik hem gezien heb, maar er denk ik nooit een tweede keer naar zal kijken.
Daarvoor was er dus al zijn animatie-werk voor Monty Python, een interessante vermenging van ronde, kleurrijke jaren ’70 elementen, met simpele heuveltjes, rokerige roze achtergronden en bolle figuren,
en fijne collages die op een heel eenvoudige en duidelijke manier geanimeerd werden. Wat mij betreft is Terry gewoon geniaal, en ik ben superbenieuwd naar The Imaginarium of Doctor Parnassus, zonder twijfel een nieuw meesterwerkje. In afwachting een lichtjes ouder fragmentje:
seizoen 1
seizoen 2
KLIK1-BOEK: The Liar – Stephen Fry
Ik heb al erg vaak gewenst dat ik een rationeler denkpatroon had.
Wat zou het handig zijn om te kunnen plannen,
om zonder spijt duidelijke prioriteiten te kunnen stellen,
om sommige zaken te kunnen uitstellen en af en toe wat
zelfdiscipline aan de dag te leggen,maar aan de andere
kant ook te weten wanneer het tijd is om jezelf wat rust te gunnen.
Ook in de manier waarop ik beeldtaal waarneem en ontwerp
is rationaliteit ver te zoeken. Hoewel steeds meer beladen
en onderhevig aan steeds meer factoren, is de manier waarop
ik vormgeving benader grotendeels intuïtief, en eigenlijk
vooral het op zoek gaan naar een gevoel.
Dat wil niet zeggen dat het zonder nadenken gebeurt, maar toch,
als ik een schilderij, een boek, of een zin echt -goed- vind,
(ik vind eigenlijk het juiste woord niet) dan is dat toch vooral
door een gevoel dat ermee gepaard gaat, iets wat ik niet op
een logische wijze kan begrijpen.
Hoewel ik een nogal patroniserende kijk heb op het cultiveren
van mysterie door bijvoorbeeld deel uit te maken van een religieuze
gemeenschap, vind ik het wel fijn om op mijn manier elke dag
een beetje magie te beleven. Misschien is het woord dat ik zoek
(niet toevallig een vaak voorkomende tag op deze blog)
wel “verliefdheid”. Verliefd zijn op een schilderij, een boek, een zin.
Het is mijn bedoeling op deze blog af en toe zo’n object te tonen,
en op die manier een kleine, rationeel opgestelde catalogus te maken.
Bij deze voorwerp nummer 1:
BOEK: The Liar – Stephen Fry, uitgegeven in 1991 bij William Heinemann.
Eigenlijk is dit gewoon een Bildungsroman met als onderwerp
Adrian Healey, een Britse public-school student. Het verhaal
doet wat denken aan The Picture of Dorian Gray,
maar dan verteld door Arthur Conan Doyle die in een dronken
en extreem obscene bui een Oscar Wilde-tribute wou pennen.
De vele raakpunten van de leefwereld en opvoeding van de auteur
met die van Adrian doen ook een autobiografische inslag vermoeden,
wat bevestigd werd toen ik jaren later Moab Is My Washpot las,
zijn werkelijke autobiografie, alleen was die nog een tikkeltje hallucinanter.
Ik was te jong toen ik dit boek las (dertien denk ik) en begreep het verhaal niet.
Maar de verliefdheid was er wél al, en ik riep het dan ook meteen uit tot
mijn lievelingsboek aller tijden. Later werd het plot wel duidelijk,
maar sprak de lyrische, misschien zelfs zwemende stijl mij minder aan.
Toch is het nog steeds mijn eerste, en daarom ook onvergetelijke, boekenliefde.
clangers clangers clangers!
Leuk weetje: de mensen die het Clangerees inspraken waren eigenlijk gewoon de hele tijd vuile dingen aan het zeggen in hun hoofd, alsof je gescheld vertaalt naar het fluiten van een kinderliedje! Heerlijk!
En nu we toch bezig zijn over groepen met dierennamen-
En nu we toch bezig zijn over Grizzly Bear-
He hit me… And it felt like a kiss.
Dit heb ik herontdekt toen ik zocht naar soul-diva’s voor mijn boek:
Maar dit vind ik toch nog steeds mooier:
I’m going where the cold wind blows.
Toen ik klein was lagen er in de Lada (jaja, ik ben altijd altijd een luxebeestje geweest) drie vaste auto-cassetjes, ik weet enkel nog maar van eentje zeker wat het was: Nirvana Unplugged. Dat was dan meteen ook mijn lievelings-cassetje, maar toen ik er later achter kwam dat “Where did you sleep?” een cover was, heb ik gezocht naar het origineel, en daar ben ik pas écht van gaan houden. “In the Pines” van Lead Belly, een wonderlijk mooi lied:
do not attempt to adjust your television-set
Waw, eigenlijk is het confronterend om zaken die een indruk gelaten hebben op je als kind terug op te zoeken. Deze intro was zo eng in mijn hoofd! En eng moet hij blijven! Bah! Hier kijk ik dus nooit meer naar, wegens afschuwelijke ontgoocheling, maar iedereen anders: voel je vrij!
bouncier than the beatles
Ik had deze strip als kind, en vond het altijd erg spijtig dat ik hem uit het oog verloren heb. Toen ik hem per abuis tegenkwam op een site (die ik ook al kwijt ben) was ik nogal verrast, daar ik dacht dat hij perfect in mijn geheugen gegrift stond. Een coole superman die aan het rocken was op een podium, terwijl knappe meisjes hem enthousiast toegilden.
Wat ik mij niét herinnerde was Jimmy met een mandoline (?), superman die het belachelijkste dansje ooit opvoerde, en een EMERGENCY down the street die schandelijk genegeerd wordt! Superman verliest hier toch wel héél, héél veel cool-punten!
“Yah, yah, yah?” Echt?



